korte berichten uit meer en minder fictieve steden

Er gebeuren dingen. Je gaat naar bed, droomt je droomloze slaap en ondertussen tovert de wereld zich om tot een nieuwe. En dan zijn er dingen gebeurd. Of juist niet. Die laatste categorie is wat moeilijk te omschrijven, de dingen zijn dan immers niet gebeurd. Maar de dingen die gebeurd zijn som ik zo voor je op;-)

Stroomzoekers gepresenteerd en niet meer verkrijgbaar
Op 21 oktober presenteerde ons gelegenheidscollectief zijn uitgave ‘Stroomzoekers’. Een mooi evenement met leuke toespraken van Alice van Diepen, directeur van bibliotheek Deventer en Carlo Verhaar, wethouder van Cultuur. Wat we niet zagen aankomen, is dat we in een keer de complete oplage van 200 exemplaren uitverkocht hebben. Maar misschien doen we nog een nieuwe oplage? Dus als je nog een exemplaar wilt, laat het vooral even weten;-)

Positieve recensies ‘inwoner’
Verder is mijn debuutbundel ‘Inwoner’ inmiddels zo’n drie maanden uit, en krijgt hij goede recensies. Zo noemde Meander-recensent Maurice Broere in zijn recensie de bundel ‘toegankelijk, met een gevarieerde inhoud, mooie observaties en humor’. Eric van Loo besprak voor de rubriek ‘Eerste Indruk’ op ooteoote.nl mijn gedicht ‘ambulance blues’, en het verband met het lied van Neil Young waar het naar verwijst. Biblion, dat recensies verzorgt voor de landelijke bibliotheken, noemde de bundel ‘sympathiek en authentiek’.

Hoed u voor ‘Radio Transzoeloe’
En redelijk vers van de pers: op 11 mei 2019 zal mijn debuutroman ‘Radio Transzoeloe’ verschijnen, bij Godijn Publishing. Wat ik nu al heel tof vind, is dat mijn broer Bas net als voor mijn poëziebundel de cover zal verzorgen. En verder moet je het maar afwachten. Ik wil al wel verklappen dat het over dertigers in provinciesteden gaat. Onsuccesvolle. Gehandicapte. Gedesillusioneerde. Dertigers.

De wereld veroveren
Nog niet gelukt. Wel bijna. Lang verhaal. Wat ik wel al kan zeggen is dat ik een groots plan heb. Beste plan ooit, om het maar een op zijn Trumps te zeggen. Zodra daar meer over te vertellen valt, doe ik dat.

 

 

Advertenties

Fail better

Het gekke aan  schrijven in Nederland, is dat schrijven in Nederland vaak minder om het schrijven zelf lijkt te gaan dan om het afficheren van de kleinere en grotere overwinningen  die je boekt. Ik heb op mijn website meer dan een half jaar geen blog geplaatst, zie ik. En dat heeft ook absoluut te maken met een zekere aversie van het te koop lopen met mezelf.

Was er dan misschien ook niks te afficheren, zou een argwanende lezer vragen. Het gaat. Ik heb afgelopen jaar vooral veel leuke optredens gedaan, waaronder een tournee met de Poëziebus, mooie intieme optredens met ons nieuwe collectief Brommerdief en een eerste optreden met de Korte Metten, ons Deventer collectief. Aan de andere kant heb ik vooral afwijzingen moeten incasseren en ben ik er op spectaculaire wijze niet in geslaagd mijn roman gepubliceerd te krijgen. Dat is jammer van twee jaar werk, maar het biedt ook ruimte om nieuwe dingen te doen.

Zo kun je op mijn nieuwe weblog Lege witte kamer lezen over mijn pogingen om mijn leven eenvoudiger te maken, wat hopelijk zal leiden tot meer tijd om te schrijven aan een nieuwe roman. En als dat ook niks wordt?

images
(bron afbeelding: Digitoro.com)

De loopplank uit

Ik doe mee aan NaNoWriMo, het internationale circus van in een maand tijd 50.000 woorden uitbraken op papier. Die 50.000 woorden zouden op moeten tellen tot een roman. Grofweg heb je bij NaNoWriMo, oftewel, National Novel Writing Month, twee soorten schrijvers: de plotters en de organische. De laatste groep begint gewoon ergens en laat het verhaal dan groeien tot het ergens een soort conclusie bereikt. De eerste groep werkt in een maand tijd het verhaal dat ze al in een houtskoolschets klaarhebben uit tot een roman.
Ik ben een plotter. Mijn verhaal staat grotendeels vast terwijl het nog niet geschreven is. Ik heb de grote lijnen, de middelgrote lijnen, en wat details van te voren bedacht en werk die nu uit. Alleen lig ik na vier dagen schrijven al 3.000 woorden achter. Ik wil namelijk te netjes, te veel poetsen aan mijn zinnen. En met een schrijfsnelheid van ongeveer 300 woorden per uur als ik er echt in zit, is het nogal een opgave om aan de 1.667 woorden te komen die je gemiddeld per dag moet schrijven.
Ik denk dus niet dat ik het ga halen. Zeker niet op deze manier. Al die stuurlui in mijn hoofd moeten eerst overboord, de interne criticus, de perfectionist, de twijfelaar. Er steekt een loopplank uit mijn hoofd waarvan ik ze voorzichtig naar de rand duw.