De loopplank uit

Ik doe mee aan NaNoWriMo, het internationale circus van in een maand tijd 50.000 woorden uitbraken op papier. Die 50.000 woorden zouden op moeten tellen tot een roman. Grofweg heb je bij NaNoWriMo, oftewel, National Novel Writing Month, twee soorten schrijvers: de plotters en de organische. De laatste groep begint gewoon ergens en laat het verhaal dan groeien tot het ergens een soort conclusie bereikt. De eerste groep werkt in een maand tijd het verhaal dat ze al in een houtskoolschets klaarhebben uit tot een roman.
Ik ben een plotter. Mijn verhaal staat grotendeels vast terwijl het nog niet geschreven is. Ik heb de grote lijnen, de middelgrote lijnen, en wat details van te voren bedacht en werk die nu uit. Alleen lig ik na vier dagen schrijven al 3.000 woorden achter. Ik wil namelijk te netjes, te veel poetsen aan mijn zinnen. En met een schrijfsnelheid van ongeveer 300 woorden per uur als ik er echt in zit, is het nogal een opgave om aan de 1.667 woorden te komen die je gemiddeld per dag moet schrijven.
Ik denk dus niet dat ik het ga halen. Zeker niet op deze manier. Al die stuurlui in mijn hoofd moeten eerst overboord, de interne criticus, de perfectionist, de twijfelaar. Er steekt een loopplank uit mijn hoofd waarvan ik ze voorzichtig naar de rand duw.
Advertenties