Wanderlust en de dingen

Op dit moment is het wat rustig op het schrijfvlak. Ik mijd mijn computer een beetje, en in plaats daarvan ben ik veel buiten om te wandelen. Af en toe lees ik een boek, ik klus wat. Wanderlust noem ik het maar, het mezelf vrijaf geven om nieuwe ideeën op te doen. Toch kan ik het niet laten om af en toe een project aan te pakken.

Moord en doodslag
Binnenkort verschijnt online een gratis digitale poëziebundel, Moordballaden, wat natuurlijk iets ademt van de sfeer van Murder Ballads van Nick Cave & the Bad Seeds. 50 dichters hebben voor hun plezier meegedaan aan de bloemlezing met gedichten naar aanleiding van historische Nederlandse moorden, waaronder bijvoorbeeld Peter Knipmeijer, Akim A.J. Willems, Peter-Jan Vermeij en ik zelf. Mijn gedicht bevat een Jac. P. Thijsse-plaat en landbouwapparaten. Zodra het uit is, zo rond half juni, deel ik wel een linkje;-).

bloemlezing van op ware moorden gebaseerde gedichten


Het eenzame landschap
Een ander project waar ik aan meewerk en dat op 30 juni gepresenteerd wordt, is een multidisciplinaire expositie samen met fotograaf Pieter Leeflang en kunstenares Marianne de Bakker. In het kader van de IJsselbiënnale maakten we rondom het thema ‘desolaatheid’ nieuw werk, in woord, schilderij en fotografie.

De expositie wordt geopend op 30 juni, met om 20.00u live muziek van Martin van de Vrugt. Als je wilt kun je voor die tijd deelnemen (18.00u) aan een IJsselmaaltijd (a €10,-). Daarvoor kun je je opgeven via info@fermerie.nl. De expositie is tot en met 24 september te bezichtigen in de Fermerie, Muggeplein 9, te Deventer. Op zondagen 9 juli en 6 augustus is er om 14.30 uur live muziek.

60 jaar schieten
En tenslotte een andere leuke Deventer samenwerking. Ook voor het 60-jarig jubileum van de Deventer foto kring werken Pieter Leeflang en ik samen. Er wordt een fotoboek gepubliceerd met gedichten van Deventer dichters. Dit wordt op 18 augustus gepresenteerd in de aula van het Deventer Ziekenhuis, waar het komende half jaar de foto’s en gedichten als expositie zullen hangen.

Kijk, dat is hoe we rollen!

Advertenties

Fail better

Het gekke aan  schrijven in Nederland, is dat schrijven in Nederland vaak minder om het schrijven zelf lijkt te gaan dan om het afficheren van de kleinere en grotere overwinningen  die je boekt. Ik heb op mijn website meer dan een half jaar geen blog geplaatst, zie ik. En dat heeft ook absoluut te maken met een zekere aversie van het te koop lopen met mezelf.

Was er dan misschien ook niks te afficheren, zou een argwanende lezer vragen. Het gaat. Ik heb afgelopen jaar vooral veel leuke optredens gedaan, waaronder een tournee met de Poëziebus, mooie intieme optredens met ons nieuwe collectief Brommerdief en een eerste optreden met de Korte Metten, ons Deventer collectief. Aan de andere kant heb ik vooral afwijzingen moeten incasseren en ben ik er op spectaculaire wijze niet in geslaagd mijn roman gepubliceerd te krijgen. Dat is jammer van twee jaar werk, maar het biedt ook ruimte om nieuwe dingen te doen.

Zo kun je op mijn nieuwe weblog Lege witte kamer lezen over mijn pogingen om mijn leven eenvoudiger te maken, wat hopelijk zal leiden tot meer tijd om te schrijven aan een nieuwe roman. En als dat ook niks wordt?

images
(bron afbeelding: Digitoro.com)

Collaboekatie

Excuses voor het lelijke woord. Alhoewel het in de verte wel klinkt als bukkake is het slechts een armzalige samentrekking van boek en collaboratie. En dat komt omdat ik de laatste tijd bij heb mogen dragen aan twee boeken, waar ik allebei, om verschillende redenen, trots op ben.

I want it to be soft
Allereerst is daar het boek ‘I want it to be soft’ dat bij de gelijknamige expositie van Bas KosSchermafbeelding-2016-05-19-om-14.12.22ters hoort (nog t/m 4 september te zien in museum Arnhem). Ik heb Bas’ carrière natuurlijk vanaf het begin gevolgd en over de jaren redelijk wat voor hem geschreven, van poëzie bij zijn werk tot columns voor Extrakak magazine, maar dit is misschien wel de mooiste gelegenheid. De expositie brengt voor het eerst in een overkoepelend verband zijn werk van de afgelopen 13 jaar samen, en als je dat ziet besef je pas echt hoe groot en groots zijn oeuvre inmiddels is.
Bij zijn installatie ‘The good people machine’ schreef ik een kort verhaal dat de ethische moeilijkheden van een machine die mensen goed maakt verkent.

Positief genieten
De andere uitgave is het ‘Handboek voor een optimistisch leven’. Hiermee toont cultuurwebsite de Optimist een staalkaart van de gedichten, verhalen, essays en Optimist_Coverillustraties die het de afgelopen 8 jaar publiceerde. Gevestigde namen als Dennis Gaens en Thomas Heerma van Voss prijken er naast nieuwere talenten als Maarten Buser en Jante Wortel. Ik vind het vooral heel leuk om in het boek te staan omdat ik de redactie oprecht sympathiek vind: ze zijn hartelijk in het contact en als je werk instuurt, krijg je een inhoudelijke reactie. Daar doen de meeste redacties niet meer aan. Wil je een leuke inkijk in vooral de jongere generatie Nederlandse schrijvers, dichters en illustratoren, bestel het boek vooruit. Dat kan de hele maand juni met korting! Het ‘Handboek voor een optimistisch leven’ verschijnt medio augustus.

De loopplank uit

Ik doe mee aan NaNoWriMo, het internationale circus van in een maand tijd 50.000 woorden uitbraken op papier. Die 50.000 woorden zouden op moeten tellen tot een roman. Grofweg heb je bij NaNoWriMo, oftewel, National Novel Writing Month, twee soorten schrijvers: de plotters en de organische. De laatste groep begint gewoon ergens en laat het verhaal dan groeien tot het ergens een soort conclusie bereikt. De eerste groep werkt in een maand tijd het verhaal dat ze al in een houtskoolschets klaarhebben uit tot een roman.
Ik ben een plotter. Mijn verhaal staat grotendeels vast terwijl het nog niet geschreven is. Ik heb de grote lijnen, de middelgrote lijnen, en wat details van te voren bedacht en werk die nu uit. Alleen lig ik na vier dagen schrijven al 3.000 woorden achter. Ik wil namelijk te netjes, te veel poetsen aan mijn zinnen. En met een schrijfsnelheid van ongeveer 300 woorden per uur als ik er echt in zit, is het nogal een opgave om aan de 1.667 woorden te komen die je gemiddeld per dag moet schrijven.
Ik denk dus niet dat ik het ga halen. Zeker niet op deze manier. Al die stuurlui in mijn hoofd moeten eerst overboord, de interne criticus, de perfectionist, de twijfelaar. Er steekt een loopplank uit mijn hoofd waarvan ik ze voorzichtig naar de rand duw.