Berichten van de firma W.K. te D.

Even een bericht uit de krochten van het conglomeraat wibokosters.nl, alwaar de medewerkers hard aan het werk zijn om nieuwe plannen uit te werken voor wereldheerschappij. Ik neem je graag mee in een aantal dingen waar ik als maker mee bezig ben en tegenaan liep.

Sunk cost fallacy

Ik was, voordat de corona begon, bezig om met een aantal medemakers van mijn plaat Wegenkaart een poëtisch-muzikale voorstelling te maken. Door de corona werd dat proces een aantal keer onderbroken, van niet kunnen optreden tot zelfs niet kunnen oefenen, tot weer wat op gang komen in de wetenschap dat de theaters de komende jaren vooral bezig zullen om niet doorgegane voorstellingen alsnog te plaatsen. Die inhaalslag op de theaters was dan ook reden voor De Nieuwe Oost, waar ik als maker aangemonsterd was, om het begeleidingstraject af te bouwen. Heel lief en joviaal van ze hebben ze me nog geholpen met regiemiddagen en promomateriaal om zelf mijn project nog voort te kunnen zetten. Alleen lukte me dat niet. Ik zat helemaal vast tussen aan de ene kant niet willen desinvesteren omdat er al zoveel tijd en energie in gegaan was, en aan de andere kant er gewoon niet meer een lekker gevoel bij hebben. Toen las ik ergens over de sunk cost fallacy, een soort blindheid die je ontwikkelt omdat je al veel ergens in geïnvesteerd hebt zodat je niet meer helder kunt zien of de investering überhaupt nog zinvol is. Het was het laatste duwtje dat ik nodig had om na maanden twijfelen mijn project stop te zetten.

Belangrijke en onbelangrijke maar prettige vormen van geluk

Door de coronaperiode heen ben ik verder vooral bezig geweest om de boel drijvend te houden, om voor mijn gezinnetje te zorgen, en vooruit, om ook een opleiding tot coach te volgen. Ik ben dus, zij het nog niet bedrijfsmatig, beschikbaar als je eens een wandelcoachgesprek wilt;-).
Wat me ook bezig hield en houdt is een grote hoeveelheid hoofdpijn en migraine. Ik vierde deze maand de twijfelachtige eer om de honderdste hoofdpijn-/migrainedag van dit jaar te hebben. De zoektocht naar wat er aan de hand kan zijn is tot zover niet succesvol, maar vraagt om eerlijk te zijn wel veel energie.
Wat ik in deze periode wel gedaan heb, zij het met veel onderbrekingen, is werken aan een soort mini-novelle, het boek van belangrijke en onbelangrijke maar prettige vormen van geluk waarin ik onderzoek pleeg naar wat geluk inhoudt. Ik heb geen flauw idee wanneer het verschijnt, maar hopelijk ergens in 2022?

Wat ik las

De afgelopen tijd lees ik ook weer wat meer, en een aantal boeken zeer specifiek rondom poëzie. Zo is er het geweldige In de schaduw van de parnassus van Joris van Casteren, waarin hij in de vergetelheid geraakte dichters interviewt. Het levert een ontluisterend beeld op van mensen die na een kortstondig moment in het volle licht soms jaren en jaren blijven hopen op een terugkeer daarin. In dezelfde lijn las ik het satirische zo vergeefs is het niet van Stefan Nieuwenhuis. Daarin wordt een lokaal dichtersmilieu neergezet waarin niemand elkaar echt mag en iedereen zijn eigen belangen heeft. Nieuwenhuis, die zelf stadsdichter is geweest van Groningen, zet de treurnis van het poëziewereldje neer op een manier die iedereen die zelf de baan op is geweest zal herkennen. Van de goedbedoelde amateuristische poëzie-initiatieven tot het voor niks komen optreden voor bijna lege zalen met bejaard publiek en vooral je mededichters. En daaronder die ondraaglijke hoop wat voor te stellen. Beide boeken zouden verplichte kost moeten zijn voor elke dichter in Nederland.
Gelukkig zijn er ook bundels die je er dan weer aan herinneren waarom er toch poëzie moet zijn. Zo ben ik net begonnen aan iedereen moet ergens zijn van Tjitske Jansen, en daar word ik heel gelukkig van. Jansen is iemand die van het naar zichzelf kijken een kunstvorm heeft gemaakt en dat genadeloos en liefdevol doet. Een tweede bundel die ik in dat zelfde licht wil noemen is Vervang eland van Heleen Bosma. Ook zij is een onderzoeker, iemand die de werkelijkheid minutieus en met verwondering uitpluist. Haar bundel bestaat, behalve uit gedichten, uit een inleiding die meer vertelt over haar creatieve proces en die waardevol is voor iedereen die zijn weg zoekt als kunstenaar. De bundel zelf is de culminatie van haar proces en de enige juiste uitkomst. Beide bundels zou ik meteen aanschaffen als ik jou was, als opstapje naar een betere nieuwe wereld.

Eigenwijsheid

Van de week appte ik met mijn muzikale broeder Dennis. We hebben allebei nog steeds meer plannen dan succes, maar concludeerden we: gelukkig zijn we nog steeds eigenwijs. Dus gaan we weer dingen maken, opnieuw de hemel bestormen. Mijn grote held, de volkomen onpeilbare Neil Young, voorspelde het al:

Corona times

Tsja, zo ben je een theatershow aan het bouwen, en zo zit je thuis. Net als de rest van de culturele wereld overigens, dus ik ben in goed gezelschap. Maar goed, die theatershow dus. Afgelopen augustus kwam Wegenkaart uit, mijn elpee met poëzie op muziek, en inmiddels ben ik als maker aangemonsterd bij de Nieuwe Oost om vanuit die elpee een theatershow te ontwikkelen. Begin april zou de try-out zijn van de eerste sets, maar dat houden jullie tegoed. Als je op de hoogte wilt blijven, of andere mensen op de hoogte wilt houden, stuur me even een berichtje op w.kosters[apenstaart]gmail.com.

de tijd volmaken
Wat is er dan wel mogelijk op dit moment? Lezen natuurlijk, en muziek luisteren! Mocht je Wegenkaart nog niet hebben, dan kun je nu, behalve het digitale album, via mijn bandcamp ook de vinyluitgave bestellen. En mijn roman, Radio Transzoeloe is de hele maand april nog met 15% korting te bestellen bij mijn uitgever met de onverwachte kortingscode ‘radio’. Mocht je mijn dichtbundel willen bestellen dan kan dat via uitgeverij Anderszins, of natuurlijk via mijzelf;-).

wat ik tof vind
Zelf gebruik ik deze tijd ook om wat bij te lezen, en lekker muziek te luisteren. Hier is een aantal dingen die ik tof vind:
– Rinske Kegel bracht een tijdje terug haar poëziedebuut uit, ‘als het maar een vacht heeft’. Ik vind het echt een hele sterke bundel, wrang en mooi en grappig tegelijk. De bundel is verkrijgbaar via Rinske zelf (word vrienden met haar op Facebook en stuur haar een berichtje), of via uitgeverij de Zeef.
– Martin Knaapen, een van mijn favoriete Deventerse dichters, heeft net een bundel uitgebracht bij Gaia chapbooks, ‘de kolengruizer‘. Moet je alleen al vanwege die titel lezen, wat een heerlijk hoekig en onaangepast woord. Dat zegt ook wel wat over de poëzie van Martin, evenals het feit dat je de bundel gratis kunt downloaden. Maar voor een klein bedrag koop je de bundel, en dat moet je eigenlijk gewoon doen.
– Verder las ik ‘dagen van inkeer’ van A.M. Homes, die al tijden een van mijn favoriete Amerikaanse schrijvers is. Ook in deze korte verhalen is ze oneerbiedig, scherp en zinnelijk, en misschien zelfs wat onaangenamer dan in andere van haar boeken. Aanrader!
– En nog een laatste tip: een geweldige docu over Kurt Vonnegut jr., met dank aan de nieuwsbrief van Editio.

Blijf gezond en tot snel;-)

Fail better

Het gekke aan  schrijven in Nederland, is dat schrijven in Nederland vaak minder om het schrijven zelf lijkt te gaan dan om het afficheren van de kleinere en grotere overwinningen  die je boekt. Ik heb op mijn website meer dan een half jaar geen blog geplaatst, zie ik. En dat heeft ook absoluut te maken met een zekere aversie van het te koop lopen met mezelf.

Was er dan misschien ook niks te afficheren, zou een argwanende lezer vragen. Het gaat. Ik heb afgelopen jaar vooral veel leuke optredens gedaan, waaronder een tournee met de Poëziebus, mooie intieme optredens met ons nieuwe collectief Brommerdief en een eerste optreden met de Korte Metten, ons Deventer collectief. Aan de andere kant heb ik vooral afwijzingen moeten incasseren en ben ik er op spectaculaire wijze niet in geslaagd mijn roman gepubliceerd te krijgen. Dat is jammer van twee jaar werk, maar het biedt ook ruimte om nieuwe dingen te doen.

Zo kun je op mijn nieuwe weblog Lege witte kamer lezen over mijn pogingen om mijn leven eenvoudiger te maken, wat hopelijk zal leiden tot meer tijd om te schrijven aan een nieuwe roman. En als dat ook niks wordt?

images
(bron afbeelding: Digitoro.com)

Of je worst lust

unnamedVorige maand kwam Extrastrak uit, een prachtige samenwerking tussen het literaire Rotterdamse tijdschrift Strak en Extrakak magazine, het mode-/visietijdschrift van Bas Kosters. Het is een halloween special geworden waar ik ook een verhaal voor schreef met mijn nieuwe favoriete personage slager Lantsman: Lantsmans kwaliteitsworst. Als je dat wilt lezen kun je hier een exemplaar bestellen, maar ik schreef voor de presentatie op 31 oktober ook een tweede kort verhaal. Dat lees je gewoon hier:

Of je worst lust
Slager Lantsman herschikt de revers van zijn colbert. Het kamgaren pak is even oud als zijn huwelijk en past niet goed meer. Het jasje trekt pijnlijk bij de schouders en zijn buik hangt boven de broek uit die in zijn vlees snijdt. Toch, als hij dat negeert en kijkt naar zijn weerspiegeling in de ruit van de tram is hij tevreden. Hij wordt wel ouder maar ziet er met zijn zwarte bos haar en lachrimpels jonger uit dan hij is. Vanavond voelt hij zich extra jeugdig, een reisje naar de grote stad voelt toch altijd als een avontuur. En dan ook nog naar het internationale sausage lovers. Meestal krijgt hij alle vakinformatie wel thuisgestuurd, maar op de een of andere manier had hij deze vakbeurs gemist. Hij heeft zijn vrouw niet verteld dat het waarschijnlijk een gala is. Op de flyer staan twee in visnetkousen geklede danseressen die dansen met mannen in hotdogpakken en hoge hoeden. Dat had tien jaar geleden niet gekund, maar ook zijn vak is aan de mode onderhevig. Je bent als slager nergens meer als je toonbank niet van geolied hout is en je rookworsten niet langzaam worden gegaard op eikenhoutsnippers. Het liefst komen ze nog naast je staan terwijl je de hompen vlees uit het karkas snijdt, dan smaakt het vlees nog authentieker.

Lantsman stapt uit bij een uitgaansplein waar Britse toeristen hard tegen elkaar schreeuwen, hard tegen het personeel en hard tegen voorbijgangers. Hij negeert ze en duikt een steeg in. Daar moet het zijn. Gek genoeg is het nog rustig, al is het al elf uur geweest. Geen slagers in groepjes met hun onmiskenbare, vlezige hoofden. Is hij te laat? Lantsman gaat naar binnen, een bijna lege foyer in waar hier en daar mannen en vrouwen in hun ondergoed ontspannen met elkaar staan te praten. Hij zal eerder te vroeg zijn als het showballet nog niet eens naar achter het podium vertrokken is. Bij een jonge vrouw in een leren korset die de kassa doet koopt slager Lantsman een toegangsbewijs. Op een videoscherm laat een opgemaakte vrouw een worst haar keel in glijden tot de mascara uitloopt van haar tranen. Lantsman schudt met zijn hoofd; dat is toch geen manier om worst te eten. Hij krijgt zijn wisselgeld en wordt in de richting van de kleedkamer verwezen. “Maar ik ben al in gala”, zegt hij. Daar moet de vrouw om lachen, maar ze stuurt hem toch door. In de kleedkamer weet hij niet zo goed wat hij moet doen. Hij wacht tot er iemand binnenkomt, een man die zich ontkleedt tot op zijn string en zijn kleren opbergt in een locker. Om niet uit de toon te vallen doet Lantsman hetzelfde. Dan loopt de man de kleedkamer uit zonder andere kleding aan te trekken. Die zal vast ergens anders uitgedeeld worden. Lantsman glipt achter de man aan de kleedkamer uit, net op tijd om hem te zien verdwijnen door een dubbele deur.

Die blijkt toegang te geven tot een zaaltje waar mensen in felgekleurd ondergoed wat bedeesd dansen op een klein dansvloertje. Stelletjes zitten aan tafels en praten met elkaar. Wat zelfbewust loopt Lantsman naar de bar en bestelt een biertje. Hij neemt plaats op een kruk en kijkt om zich heen. Een vrouw in alleen een dienstmeisjesschort gaat rond met een grote schaal leverworst die ze laat steunen op haar hangborsten. Er worden verhulde toespelingen gemaakt waar worst in figureert. Een man schuift naast Lantsman aan de bar aan en vraagt of hij worst lust. Dat vindt Lantsman een beetje een domme vraag op een slagersconferentie, maar het leidt tot een leuk gesprek waarin Lantsman de kwaliteiten van diverse soorten worst tegen elkaar afzet.

Dan gaat de muziek zacht en een bescheiden belletje klinkt van achter de bar. Als bij toverslag trekken alle aanwezigen nu ook hun ondergoed uit. Dat lijkt het startschot om elkaar uitgebreid te betasten. De man naast hem legt een hand op Lantsmans been en vraagt of hij hulp nodig heeft met uitkleden. Lantsmans blik glijdt van de hand naar de half-erectie tussen de benen van de man. Abrupt staat hij op en snelt naar de uitgang.

Vijf minuten later staat hij weer bij de tramhalte en strikt zijn veters. Op het plein zingen Britse toeristen we are the champions. Volgend jaar gaat hij gewoon weer naar de slagersvakbeurs.